Eiser, een EU-burger uit een lidstaat, volgde een studie in Nederland en vroeg studiefinanciering aan. DUO wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de nationaliteitseis en niet als migrerend werknemer werd aangemerkt. Eiser werkte van februari tot augustus 2020 als stagiair 40 uur per week bij een bedrijf en ontving een vergoeding.
De rechtbank oordeelt dat eiser in deze periode reële en daadwerkelijke arbeid verrichtte onder gezag en tegen beloning, waarmee hij voldoet aan het criterium van migrerend werknemer volgens de Beleidsregel van DUO en het Unierecht. De afwijzing van DUO is daarom onterecht voor deze periode.
Na augustus 2020 heeft eiser geen betaalde arbeid meer verricht en zich niet als werkzoekende ingeschreven, waardoor hij de status van migrerend werknemer niet behoudt. Ook kan hij als economisch niet-actieve EU-burger geen aanspraak maken op aanvullende studiefinanciering of het studentenreisproduct.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit voor de periode 1 maart tot en met 28 augustus 2020 en draagt DUO op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt DUO veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.