ECLI:NL:RBZWB:2021:4850
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing zorgtoeslagaanvraag 2018 wegens overschrijding indieningstermijn
Eiser heeft een aanvraag om zorgtoeslag voor het jaar 2018 ingediend die door de Belastingdienst/Toeslagen is afgewezen wegens overschrijding van de indieningstermijn. Eiser stelde dat hij de aanvraag eerder schriftelijk per brief had ingediend op 18 maart 2020, maar de Belastingdienst ontkende ontvangst hiervan.
De rechtbank oordeelde dat het aan eiser was om aannemelijk te maken dat de brief daadwerkelijk was verzonden en ontvangen. Aangezien eiser geen ontvangstbevestiging kon overleggen en ter zitting verklaarde dat dit niet aannemelijk kon worden gemaakt, bleef het risico van niet-tijdige indiening voor zijn rekening. De digitale aanvraag van 3 mei 2020 werd als eerste aanvraag beschouwd, maar deze was na de uiterste termijn van 1 mei 2020 ontvangen.
Eiser voerde nog aan dat de coronaperiode bijzondere omstandigheden vormde om van de termijn af te wijken, maar de rechtbank wees dit af omdat de wet geen ruimte biedt voor afwijking en het mogelijk was contact op te nemen met de Belastingdienst. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de zorgtoeslagaanvraag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn zorgtoeslagaanvraag 2018 wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de indieningstermijn.