Eiseres, voormalig verkoopster, vroeg een Ziektewetuitkering aan na beëindiging van haar dienstverband en meerdere ziekmeldingen. Het UWV weigerde de uitkering per 25 oktober 2019, omdat zij arbeidsgeschikt werd geacht voor haar eigen werk. Eiseres maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat het werk als verkoopmedewerkster voor 12 uur per week de maatgevende arbeid vormt. Medische rapportages van artsen onder verantwoordelijkheid van verzekeringsartsen van het UWV concludeerden dat er geen objectieve verslechtering van haar medische situatie was sinds het tekenen van de vaststellingsovereenkomst en dat eiseres geschikt was om haar eigen arbeid te verrichten.
Eiseres voerde aan dat haar fysieke situatie was verslechterd en dat onvoldoende medisch onderzoek had plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat eiseres onvoldoende medische onderbouwing leverde voor een toegenomen arbeidsongeschiktheid. Ook was het niet vereist dat een verzekeringsarts aanwezig was bij de hoorzitting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Eiseres kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.