ECLI:NL:RBZWB:2021:4936
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing faillissementsuitkering wegens niet-betaalde overuren en reiskosten na dienstverband
Eiser trad op 19 augustus 2019 in dienst bij een werkgever voor vier maanden, met beëindiging op 19 december 2019. Na faillissement van de werkgever op 20 mei 2020 verzocht eiser het UWV om een faillissementsuitkering wegens niet-betaalde overuren, reiskosten en loon tijdens ziekte.
Het UWV wees dit verzoek af omdat geen sprake was van niet-betaalde vorderingen die uitsluitend voortvloeien uit betalingsonmacht. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende voortvarende en gerichte actie had ondernomen om betaling af te dwingen en dat de werkgever de overuren correct had berekend met inachtneming van pauzes. Ook de reiskostenvergoeding was conform arbeidsovereenkomst betaald.
Met betrekking tot loondoorbetaling tijdens ziekte stelde de rechtbank vast dat de CAO geen verplichting tot betaling van overuren tijdens ziekte bevatte. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht geweigerd een faillissementsuitkering toe te kennen.