Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Feiten
2.Spoedeisend belang
3.Kader voor beoordeling verzoek
Wet- en regelgeving
5.Beoordeling
eventueelverlenen van een omgevingsvergunning voor de opslag van TGG in loods A.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Bulk Terminal Zeeland B.V. exploiteert een bedrijf voor opslag van bulkgoederen en afvalstoffen en heeft een omgevingsvergunning voor opslag van thermisch gereinigde grond (TGG) binnen bepaalde inrichtingsgrenzen. Tijdens een controle in mei 2021 werd vastgesteld dat zij circa 55.000 ton TGG buiten deze vergunde grenzen had opgeslagen op een perceel zonder vloeistofkerende voorziening, wat een overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo oplevert.
Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen legde daarop een last onder dwangsom op om de overtreding binnen vier weken ongedaan te maken, met een dwangsom van €50.000 per week bij niet-naleving. Bulk Terminal Zeeland B.V. verzocht om een voorlopige voorziening tegen dit besluit, stellende dat er sprake was van concreet zicht op legalisatie en dat de begunstigingstermijn te kort was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen concreet zicht op legalisatie was omdat de folie onder de TGG niet als vloeistofkerende voorziening wordt aangemerkt en het college terecht beletselen ziet bij vergunningverlening. Ook werd geoordeeld dat het college bevoegd was tot handhaving en dat het beleid correct was toegepast, ondanks dat het oude beleid was ingetrokken. De begunstigingstermijn van vier weken werd als voldoende beoordeeld, mede omdat de opslag binnen de inrichting technisch mogelijk was.
Gelet op deze overwegingen werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.M.J. Kok op 8 oktober 2021.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.