ECLI:NL:RBZWB:2021:5664
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep niet tijdig beslissen handhavingsverzoek ongegrond verklaard
Opposanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun handhavingsverzoek door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noord-Beveland. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat op het moment van het beroep de beslistermijn nog niet was verstreken.
Tegen deze uitspraak is verzet ingesteld. De rechtbank beoordeelt in dit verzet uitsluitend of de eerdere niet-ontvankelijkverklaring terecht was. Opposanten stelden dat een kortere beslistermijn van toepassing was vanwege de eenvoud en concreetheid van het verzoek.
De rechtbank overweegt dat, hoewel in bijzondere gevallen een kortere termijn redelijk kan zijn, in dit geval de termijn van acht weken als redelijke termijn geldt. De ingebrekestelling na twee weken was te vroeg, mede omdat het college pas eind augustus over het controleverslag beschikte en zorgvuldig moest vaststellen of een overtreding had plaatsgevonden.
De rechtbank concludeert dat het beroep prematuur was en verklaart het verzet ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep op het niet tijdig beslissen op het handhavingsverzoek wordt ongegrond verklaard.