Uitspraak
Datum uitspraak: 24 februari 2021
BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad van State
Op 21 november 2018 verzochten [appellant A] en anderen het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo handhavend op te treden tegen het realiseren van grondkeringen, terrassen en bomen binnen een bebouwingsvrije strook van 3 meter aan Garmpoleiland te Eelderwolde. Het college bevestigde ontvangst en stelde een beslistermijn tot uiterlijk 30 juni 2019. Na ingebrekestelling en beroep stelde het college op 18 juni 2019 alsnog een besluit vast waarin het handhavingsverzoek grotendeels werd afgewezen, behalve voor enkele percelen waar een handhavingsprocedure werd gestart.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk, omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de beslistermijn van 31 weken onredelijk was en dat een termijn van 8 weken passend was. Hierdoor was het beroep gegrond en werd het besluit van het college vernietigd.
Daarnaast stelde de Afdeling vast dat het college onzorgvuldig had gehandeld door geen zienswijzen toe te staan en dat het college terecht aannam dat grondkeringen vergunningvrij konden worden opgericht op grond van het Besluit omgevingsrecht. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven echter in stand. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en dwangsom vastgesteld op €1.442,00.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd wegens onredelijke beslistermijn en onzorgvuldige besluitvorming; de dwangsom wordt vastgesteld op €1.442,00.