Eiseres heeft op 23 september 2020 beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op haar Wob-verzoek gericht aan het college van burgemeester en wethouders van Breda. Het verzoek betrof inzage in een schriftelijke toestemming die volgens haar in de erfpachtovereenkomst was opgenomen. Het college heeft op 9 november 2020 een besluit genomen waarin diverse documenten zijn verstrekt, maar niet het gevraagde expliciete document.
Eiseres stelde dat het college niet volledig had voldaan aan haar verzoek en dat het ontbreken van het document in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel en het verbod op vooringenomenheid. Het college stelde dat de gevraagde toestemming impliciet was opgenomen in e-mailafspraken die aan eiseres waren verstrekt en dat er geen apart document bestond.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is omdat het college inmiddels heeft beslist. Het overige beroep is ongegrond omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat het gevraagde aparte document bestaat. De rechtbank wees op vaste jurisprudentie dat het bestuursorgaan niet hoeft te verstrekken wat niet onder haar berust. Het griffierecht wordt aan eiseres vergoed.