Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 4 november 2019, waarin haar verzoek om een WIA-uitkering werd afgewezen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. De rechtbank heeft het onderzoek heropend voor aanvullende rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) en heeft partijen meerdere malen gelegenheid gegeven hun standpunten toe te lichten.
De medische beoordeling door de verzekeringsarts b&b concludeerde dat de beperkingen van eiseres, vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), adequaat zijn vastgesteld en dat er geen sprake is van een causale relatie tussen haar vermoeidheidsklachten en neurofibromatose type 1. De arbeidsdeskundige b&b stelde dat eiseres geschikt is voor bepaalde functies, waaronder wikkelaar en telefonist/receptionist, ondanks haar klachten.
De rechtbank volgt het oordeel van de verzekeringsarts b&b en ziet geen aanleiding tot het aannemen van extra beperkingen. De berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid leidt tot minder dan 35%, waardoor de weigering van de WIA-uitkering terecht is. Het beroep wordt gegrond verklaard vanwege onvoldoende motivering in het oorspronkelijke besluit, het besluit wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven ongewijzigd. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten.