ECLI:NL:RBZWB:2021:5923
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting Breda ongegrond verklaard
De heffingsambtenaar van de gemeente Breda legde aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting op omdat op 20 september 2020 omstreeks 13:42 uur geen parkeerbelasting was voldaan terwijl de auto geparkeerd stond op een betaalde parkeerplaats.
Belanghebbende voerde aan dat hij direct na aankomst spullen uit de auto haalde, een andere parkeerder hielp en uiteindelijk wel € 5,00 betaalde, waardoor de naheffingsaanslag onterecht zou zijn. De heffingsambtenaar stelde dat de parkeerbelasting bij aanvang van het parkeren voldaan moest worden en dat het uitladen en helpen niet als betaling kon worden gezien.
De rechtbank oordeelde dat volgens vaste jurisprudentie de parkeerder bij aanvang van het parkeren onmiddellijk moet starten met het betalen van de parkeerbelasting. Uit de foto’s bleek dat er op het moment van controle geen personen of goederen rond de auto waren, waardoor het standpunt van belanghebbende niet aannemelijk was. De naheffingsaanslag is daarom terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.