Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende diende een verzoek in om ambtshalve vermindering van de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2011. Dit verzoek werd afgewezen omdat het buiten de wettelijke termijn was ingediend. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.
Belanghebbende betwistte de ontvangstdatum van het bezwaarschrift door de inspecteur en stelde dat het bezwaarschrift eerder was ontvangen dan geregistreerd. De rechtbank oordeelde echter dat de poststempel en ontvangststempel leidend zijn en dat belanghebbende het risico draagt van een late ontvangst, zeker omdat het bezwaarschrift op de laatste dag van de termijn per reguliere post vanuit het buitenland was verzonden.
De rechtbank concludeerde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en dat het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. Tevens wees de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, aangezien de termijn van twee jaar niet was overschreden.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 19 november 2021 en is openbaar gemaakt via Rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift dat te laat is ingediend.