Op 7 oktober 2019 vond in Tilburg een incident plaats waarbij verdachte samen met een medeverdachte het slachtoffer meerdere malen heeft geschopt en geslagen, ook tegen het hoofd, terwijl het slachtoffer op de grond lag. Verdachte werd primair verdacht van poging doodslag, subsidiair van openlijke geweldpleging en mishandeling.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond voor poging doodslag, mede vanwege het ontbreken van details over de kracht van de schoppen en het letsel. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig maakte aan poging zware mishandeling door met kracht tegen het hoofd en lichaam van het slachtoffer te schoppen en te slaan. De rechtbank verwierp het beroep op putatief noodweerexces omdat verdachte bewust de confrontatie had opgezocht en niet in een situatie verkeerde waarin hij zich moest verdedigen.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, het relatief beperkte letsel bij het slachtoffer en de overschrijding van de redelijke termijn. Verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur met aftrek van voorarrest, en vervangende hechtenis van 50 dagen bij niet-nakoming.