Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 november 2021 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Feiten en omstandigheden
.
Het geschil
Standpunten van partijen
Procesbelang
Conclusie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het geschil betreft de voortzetting van een Wsw-indicatie van een voormalig werknemer van eiseres, die na langdurige arbeidsongeschiktheid niet langer in dienst is. Het UWV had de indicatie aanvankelijk beëindigd, maar na bezwaar van de werknemer de indicatie voortgezet tot 6 juni 2021. Eiseres betoogde dat zij niet was geïnformeerd over het bezwaar en dat het primaire besluit juist was, omdat de werknemer niet in staat is een uur onafgebroken te werken zonder intensieve begeleiding.
De rechtbank overwoog dat het procesbelang van eiseres ontbreekt, nu de werknemer sinds januari 2020 niet meer in dienst is en de indicatie inmiddels is verlopen. Er is geen aanwijzing dat de werknemer zich na afloop van de indicatie opnieuw heeft gemeld voor Wsw-werk of een verlenging van de indicatie heeft aangevraagd.
Daarmee is het beroep niet ontvankelijk verklaard en is niet inhoudelijk op de zaak ingegaan. De rechtbank wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.