Verzoeksters hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg tot verlening van een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een bedrijfscomplex ten behoeve van de huisvesting van maximaal 266 arbeidsmigranten. De voorzieningenrechter heeft zowel op het verzoek om voorlopige voorziening als op het beroep uitspraak gedaan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college ten onrechte heeft afgeweken van het bestemmingsplan met toepassing van artikel 4, elfde lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, maar dit motiveringsgebrek kan worden gepasseerd. Wel is onvoldoende geborgd dat het gebruik als logiesfunctie voldoet aan de voorwaarden, met name dat arbeidsmigranten maximaal zes maanden verblijven en elders hun hoofdverblijf hebben. Deze voorwaarde is niet aan de vergunning verbonden, waardoor het besluit vernietigbaar is.
Daarnaast is het akoestisch onderzoek naar de impact op omliggende bedrijven onvolledig, omdat het geen rekening houdt met nachtelijke bedrijfsactiviteiten en toekomstige uitbreidingsmogelijkheden. Ook de parkeer- en verkeerssituatie is onvoldoende onderbouwd en de omgevingsdialoog is mogelijk ontoereikend. Ten slotte is onvoldoende gemotiveerd waarom de locatie binnen een veiligheidszone LPG toch geschikt is.
De beroepen worden gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.