ECLI:NL:RBZWB:2021:6493
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na herbeoordeling
Eiseres, een vrouw van 37 jaar, was arbeidsongeschikt verklaard met percentages van 45,22% en 48,49% op respectievelijk 4 juli 2018 en 8 maart 2019, waarop zij een loongerelateerde WGA-vervolguitkering ontving. Na bezwaar heeft het UWV de uitkering beëindigd per 7 april 2020, omdat een herbeoordeling door de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige een lagere mate van arbeidsongeschiktheid (28% en 29,88%) vaststelde, onder de grens van 35% voor recht op uitkering.
De rechtbank heeft het medisch onderzoek en de beoordeling van het UWV als zorgvuldig en voldoende onderbouwd beoordeeld. Eiseres bracht aanvullende medische informatie in, waaronder rapporten van psychologen en een persoonlijkheidsonderzoek, maar deze leverden geen nieuwe inzichten op die aanleiding gaven tot een andere beoordeling van haar belastbaarheid.
De rechtbank oordeelde dat de beperkingen van eiseres, waaronder psychische klachten en fysieke aandoeningen, adequaat waren meegenomen in de beoordeling. De stelling dat eiseres niet in staat zou zijn de door het UWV geduide functies te verrichten, werd niet onderbouwd met nieuwe medische stukken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van haar WIA-uitkering per 7 april 2020 bevestigd.