ECLI:NL:CRVB:2022:2089
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-vervolguitkering na zorgvuldige beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante was tot 2008 werkzaam als telefoniste/receptioniste en meldde zich ziek met psychische klachten. Na toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, werd deze na herbeoordelingen door het UWV verlaagd en uiteindelijk beëindigd per 7 april 2020 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat haar klachten fluctueren, waardoor zij niet in staat zou zijn de geselecteerde functies uit te oefenen. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de medische gegevens geen aanleiding gaven de conclusies van de verzekeringsartsen te betwijfelen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar de Raad onderschreef de eerdere overwegingen en concludeerde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren en dat er geen nieuwe medische feiten waren die een andere beoordeling rechtvaardigden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de WGA-vervolguitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-vervolguitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.