Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Feiten
2.Wettelijk kader
3.Beoordeling
De volgende regels gelden bij de aanvraag: (…) U heeft geen eigen parkeergelegenheid op eigen terrein of op terrein dat bij uw woning hoort’.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau om zijn bezwaar tegen de geweigerde parkeerontheffing voor twee kentekens ongegrond te verklaren. De parkeerschijfregeling is van kracht in het centrum van de plaats en beperkt parkeren tot twee uur met een parkeerschijf. Eiser woont binnen deze zone en vroeg ontheffing aan, welke het college op 23 juni 2020 weigerde vanwege het beschikken over eigen parkeergelegenheid.
De rechtbank oordeelt dat het college een bestendige gedragslijn hanteert, ondanks het ontbreken van formeel beleid, en dat deze gedragslijn inzichtelijk is gemaakt via aanvraagformulieren en gemeentelijke website. De oprit van eiser voldoet aan de afmetingen die het college hanteert als eigen parkeergelegenheid, waardoor de weigering niet onredelijk is. Het feit dat eiser zijn garage als woning gebruikt en een draaipoort heeft, verandert hier niets aan.
Eiser voerde aan dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden omdat eerdere bewoners en buren wel ontheffing kregen. De rechtbank stelt dat het college niet verplicht is om fouten te herhalen en dat dit betoog faalt. Gezien het belang van consistente beleidsuitvoering en het ontbreken van bijzondere omstandigheden, verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en handhaaft het bestreden besluit.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de parkeerontheffing.