Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Uitspraak van 21 december 2021 van de enkelvoudige kamer in het geding tussen
[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] ,
Procesverloop
Overwegingen
- de naheffingsaanslag van 10 maart 2020 over de controledatum 3 maart 2020
- de naheffingsaanslagen van 20 maart 2020 over de controledata 14, 15 en 17 maart 2020
- de naheffingsaanslagen van 24 maart 2020 over de controledata 18 en 19 maart 2020
- de naheffingsaanslagen van 27 maart 2020 over de controledata 21, 22, 23 en 24 maart 2020
- de naheffingsaanslagen van 31 maart 2020 over de controledata 25, 26 en 27 maart 2020
- de naheffingsaanslagen van 3 april 2020 over de controledata 30 en 31 maart 2020
- de naheffingsaanslagen van 6 april 2020 over de controledata 1 en 2 april 2020
- de naheffingsaanslag van 7 april 2020 over de controledatum 3 april 2020
- de naheffingsaanslagen van 8 april 2020 over de controledata 4 en 5 april 2020
- de naheffingsaanslagen van 14 april 2020 over de controledata 6 en 7 april 2020
- de naheffingsaanslag van 15 april 2020 over de controledatum 8 april 2020
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- laat de naheffingsaanslagen met aanslagnummer [aanslagnummer], [aanslagnummer], [aanslagnummer], [aanslagnummer] en [aanslagnummer] in stand;
- vernietigt de overige naheffingsaanslagen;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- gelast dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 48 aan deze vergoedt.