ECLI:NL:RBZWB:2021:671
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering bijstandsuitkering wegens weigering passend werk
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Werkplein Hart van West-Brabant om hun aanvraag voor een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet te weigeren. Dit besluit is genomen omdat verzoeker de door zijn werkgever aangeboden aangepaste werkzaamheden, die door het UWV als passend zijn beoordeeld, heeft geweigerd uit te voeren.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat verzoeker zich ziek heeft gemeld, maar dat het UWV op basis van een deskundigenoordeel heeft geconcludeerd dat de aangeboden werkzaamheden passend zijn. Verzoekers stelden dat verzoeker wegens ziekte niet kon werken en dat het UWV slechts een adviserende rol heeft, maar deze stellingen zijn onvoldoende onderbouwd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het Werkplein terecht heeft geconcludeerd dat verzoeker door de weigering van passend werk is uitgesloten van het recht op bijstand op grond van artikel 13 van Pro de Participatiewet. Ook is geen sprake van dringende redenen die een uitzondering op deze uitsluiting rechtvaardigen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de weigering van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.