Uitspraak
18.4459 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 30 januari 2017 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Participatiewet en had toestemming gekregen voor verblijf in het buitenland van 27 juli tot 24 augustus 2017. Zij verbleef echter van 23 juli tot 21 september 2017 in het buitenland, waardoor zij langer dan de toegestane periode buiten Nederland verbleef. Het college trok daarom de bijstand over de periode van 21 augustus tot 21 september 2017 in.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, onder meer omdat zij aannemelijk had gemaakt dat zij door overmacht niet tijdig kon terugkeren en niet verwijtbaar had gehandeld. Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat volgens vaste rechtspraak zeer dringende redenen alleen aannemelijk zijn bij een acute noodsituatie die niet op andere wijze is te verhelpen. Betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij in behoeftige omstandigheden verkeerde, aangezien zij bij familie verbleef die in haar levensonderhoud voorzag en zij zelf in staat was kosten te betalen.
Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstand wegens langer verblijf in het buitenland wordt ongegrond verklaard.