ECLI:NL:RBZWB:2021:6724
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar huishoudelijke hulp WMO
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit van 28 september 2020 waarbij huishoudelijke hulp werd toegekend voor een beperkte periode. Zij stelde dat de gemeente Breda niet tijdig had beslist op haar bezwaar van 8 november 2020. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn van twaalf weken, startend na afloop van de bezwaartermijn, op 1 februari 2021 was verstreken. De vermeende verlenging van deze termijn door een verdagingsbrief is niet rechtsgeldig gebleken, omdat de brief pas na afloop van de termijn werd ontvangen en de gemeente geen bewijs leverde van tijdige verzending.
De rechtbank stelt vast dat de gemeente op 12 augustus 2021 een nieuw besluit nam over huishoudelijke hulp voor een latere periode, maar dat dit geen beslissing op het bezwaar van 8 november 2020 was. Daarom moet de gemeente alsnog binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit op het bezwaar nemen. Voor elke dag dat de gemeente te laat is, moet zij een dwangsom van €100 betalen, met een maximum van €15.000. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442.
Daarnaast moet de gemeente het door eiseres betaalde griffierecht van €49 vergoeden. Het verzoek van eiseres om de rechtbank ook uitspraak te laten doen over het inhoudelijke bezwaar wordt afgewezen, omdat de inhoudelijke standpunten nog onvoldoende zijn besproken. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de gemeente op binnen twee weken alsnog te beslissen op het bezwaar, met oplegging van een dwangsom.