ECLI:NL:RBZWB:2022:233
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening huishoudelijke hulp WMO over afgesloten periode
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda waarbij huishoudelijke hulp is toegekend voor de periode van 5 tot en met 31 oktober 2020. Omdat het bezwaar niet tijdig werd behandeld, heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek om voorlopige voorziening betrekking heeft op een afgesloten periode in het verleden. Volgens artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. In dit geval is geen sprake van een acute noodsituatie die een uitzondering op deze regel rechtvaardigt.
De omstandigheden die verzoekster aanvoert leiden niet tot het oordeel dat er sprake is van spoedeisendheid. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisendheid.