ECLI:NL:RBZWB:2021:697

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 februari 2021
Publicatiedatum
22 februari 2021
Zaaknummer
AWB- 21_474 VV
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Participatiewet
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering uitkering Participatiewet wegens niet meewerken huisbezoek

Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk om zijn aanvraag voor een uitkering op grond van de Participatiewet te weigeren. Het college baseerde deze weigering op het feit dat verzoeker niet meewerkte aan een huisbezoek, waardoor het recht op uitkering niet kon worden vastgesteld.

Tijdens het huisbezoek zagen de rapporteurs verzoeker spullen verplaatsen tussen caravans. Verzoeker was afgesproken buiten het perceel te wachten, maar liep weg nadat hij werd aangesproken en zei: "Laat de kanker uitkering maar zitten." De voorzieningenrechter achtte het verslag van de rapporteurs betrouwbaar en vond de stelling van verzoeker dat hij wel had meegewerkt onvoldoende onderbouwd, mede door zijn afwezigheid ter zitting.

De voorzieningenrechter concludeerde dat het college terecht en op goede gronden de uitkering had geweigerd en wees daarom het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de uitkering wordt afgewezen.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/474 PW VV
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 11 februari 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker] , te [woonplaats verzoeker] , verzoeker, gemachtigde: mr. P.W. Masselink, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk, verweerder.
Procesverloop
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 26 januari 2021 (bestreden besluit) van het college inzake zijn aanvraag om een uitkering op grond van de Participatiewet. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op I I februari 2021. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W. Rombouts.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de voorzieningenrechter mondeling uitspraak gedaan.
Overwegingen
l . Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.
2. De voorzieningenrechter overweegt allereerst dat sprake is voldoende spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.
3. De voorzieningenrechter ziet zich voor de vraag gesteld of het college terecht tot weigering van een uitkering op grond van de Participatiewet is overgegaan vanwege het niet meewerken aan een huisbezoek waardoor het recht op een uitkering niet is vast te stellen.
Tussen partijen is niet in geschil dat sprake was van een redelijke grond voor het afleggen van het huisbezoek.
Uit het Verslag van bevindingen huisbezoek blijkt dat de rapporteurs bij aankomst bij het perceel met daarop onder andere de caravan van verzoeker, verzoeker zagen sjouwen met spullen, waaronder kleding en een deken, van een zwarte caravan naar een witte caravan. Met verzoeker was afgesproken dat hij buiten het perceel zou wachten tot de rapporteurs
____________________
zaaknummer: BRE 21/474 PW VV blad 2
waren gearriveerd. De rapporteurs hebben verzoeker hierop aangesproken. Verzoeker heeft vervolgens aangegeven: "Laat de kanker uitkering maar zitten" en liep weg. Aan verzoeker is uitleg gegeven over de gevolgen van het niet meewerken aan een huisbezoek. Maar verzoeker liep weg.
De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan het verslag zoals opgesteld door de rapporteurs. De enkele stelling van verzoeker dat hij wel heeft meegewerkt is, mede door zijn afwezigheid ter zitting, niet onderbouwd.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college terecht en op goede gronden verzoekers aanvraag om een uitkering op grond van de Participatiewet heeft afgewezen omdat verzoekers recht op een uitkering niet is vast te stellen.
De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, voorzieningenrechter, in aanweigheid van mr. N.M. Zandbergen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op I I februari 2021.
De griffier is niet in de gelegenheid dit proces-verbaal mede te ondertekenen.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.