Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
snijwond bij het linkeroor, bij het steken met een zakmes. Ditzelfde geldt voor de vastgestelde beschadiging aan de bandana die aangever droeg ten tijde van het steekincident; in de bandana zat een klein gaatje ter hoogte van het linkeroor van aangever. Wanneer het voorgaande wordt bezien in samenhang met het gegeven dat aangever ook zichzelf heeft belast – ook hij heeft een mes gepakt nadat hij was gestoken – zijn er geen redenen om aan zijn verklaring te twijfelen. De rechtbank acht dan ook bewezen dat het steekincident heeft plaatsgevonden zoals door aangever is verklaard bij de politie.
4.De strafbaarheid
5.De strafoplegging
6.De benadeelde partij
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
feit 1 primair:Poging zware mishandeling;
een gevangenisstraf van 220 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
7 maart 2022 te 09:00 uurzal melden bij de reclassering op het adres Langendijk 34, 4819 EW te Breda en zich daarna zal blijven melden gedurende een door de reclassering te bepalen periode, zo lang en zo frequent als de reclassering noodzakelijk acht;