Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
tussenuitspraak van 4 maart 2022 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Omvang geschil
Wettelijk kader
Medische beoordeling
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres, werkzaam als Verzorgende IG, viel in 2015 uit wegens fysieke klachten en ontving sindsdien een WIA-uitkering. Het UWV besloot de loonaanvullingsuitkering in te trekken omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiseres betwistte deze beoordeling en voerde aan dat niet alle fysieke en psychische beperkingen zijn meegewogen.
De rechtbank constateert dat het medisch onderzoek door het UWV onvoldoende zorgvuldig en volledig was. Zo is onvoldoende ingegaan op recente medische informatie en fysieke klachten die eiseres in bezwaar had aangevoerd. Ook is niet adequaat gereageerd op een bijlage van de behandelaar bij de zienswijzen.
Op grond van artikel 8:51a Awb geeft de rechtbank het UWV de mogelijkheid het gebrek in het besluit te herstellen binnen acht weken, inclusief een volledige herbeoordeling van de belastbaarheid van eiseres. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak en stelt dat de vergoeding van griffierecht en proceskosten nog niet wordt beslist.
Uitkomst: De rechtbank geeft het UWV acht weken om het gebrek in het medisch onderzoek te herstellen en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.