Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met zijn dochter tussen 1994 en 1999. De dochter verklaarde dat verdachte haar clitoris betastte en likte en dat zij zijn penis betastte en in haar mond nam. Verdachte ontkende opzettelijk ontucht te hebben gepleegd en stelde dat de handelingen zonder seksuele intentie waren en buiten de ten laste gelegde periode vielen.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte de clitoris of vagina van zijn dochter had betast of gelikt. Wel werd vastgesteld dat de dochter de penis van verdachte had betast en in haar mond had genomen, maar deze handelingen vonden vermoedelijk plaats toen zij vier tot vijf jaar oud was, ruim vóór de ten laste gelegde periode. Verdachte had onvoldoende ingegrepen, wat een schending van de seksuele integriteit van de dochter vormde, maar dit leidde niet tot een veroordeling wegens het ontbreken van bewijs binnen de ten laste gelegde periode.
De officier van justitie werd ontvankelijk verklaard, maar verdachte werd vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard en kan bij de burgerlijke rechter worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat ontuchtige handelingen binnen de ten laste gelegde periode hebben plaatsgevonden.