ECLI:NL:RBZWB:2022:1213

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 maart 2022
Publicatiedatum
9 maart 2022
Zaaknummer
AWB- 21_1099
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbArt. 36 Kentekenreglement
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen RDW-besluit kentekencard

Eiser had beroep ingesteld tegen een besluit van de RDW waarin zijn verzoek om een vervangende kentekencard en tenaamstellingscode voor een aanhangwagen was afgewezen. De RDW verklaarde het bezwaar ongegrond en eiser startte een beroepsprocedure. Tijdens de procedure gaf de RDW op 16 juli 2021 alsnog een nieuw kenteken af voor de aanhangwagen, waarna eiser zijn beroep introk en verzocht om vergoeding van proceskosten.

De rechtbank overwoog dat de vergoeding van proceskosten op grond van artikel 8:75a Awb niet ziet op het griffierecht en dat eiser alleen vergoeding van het griffierecht had gevraagd. Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de verstrekking van het nieuwe kenteken via een andere procedure verliep dan het bestreden besluit, zodat geen sprake was van tegemoetkoming aan het beroep.

Daarom wees de rechtbank zowel het verzoek om proceskostenveroordeling als het verzoek om vergoeding van het griffierecht af. De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 8 maart 2022.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling en vergoeding van het griffierecht wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/1099 WVW
uitspraak van 8 maart 2022 van de rechtbank op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,

en

de directie van de RDW, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 13 november 2020 (primair besluit) heeft de RDW eisers verzoek om een vervangende kentekencard en tenaamstellingscode voor een aanhangwagen afgewezen.
In het besluit van 17 februari 2021 (bestreden besluit) heeft de RDW het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Bij brief van 10 februari 2022 heeft de RDW aan de rechtbank medegedeeld dat aan eiser op 16 juli 2021 een nieuw kenteken voor de aanhangwagen is afgegeven.
Vervolgens heeft eiser het beroep ingetrokken, met het verzoek de RDW te veroordelen in de proceskosten. De RDW heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid om op het verzoek te reageren.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
Artikel 8:41, zevende lid, van de Awb bepaalt dat indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan aan de indiener het door deze betaalde griffierecht vergoedt.
2. Ter onderbouwing van het verzoek om vergoeding van de proceskosten heeft eiser een formulier proceskosten overgelegd. Eiser heeft daarin alleen verzocht om vergoeding van het door hem betaalde griffierecht van € 181,-.
3. De rechtbank overweegt dat de mogelijkheid van een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb geen betrekking heeft op vergoeding van het griffierecht. Omdat eiser alleen heeft gevraagd om vergoeding van het griffierecht, moet het verzoek om vergoeding van de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb worden afgewezen.
4. Ten aanzien van het verzoek om vergoeding van het griffierecht als bedoeld in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb, ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of de intrekking van het beroep door eiser het gevolg is van tegemoetkomen door de RDW aan eisers beroep.
Eisers beroep was gericht tegen de weigering van de RDW om hem op grond van artikel 36 van Pro het Kentekenreglement een vervangende kentekencard of een vervangende tenaamstellingscode te verstrekken. De RDW heeft dat verzoek afgewezen.
Uit de brief van 10 februari 2022 van de RDW volgt dat op 16 juli 2021 alsnog een nieuw kenteken voor de aanhangwagen aan eiser is afgegeven. Dit is gebeurd nadat eiser de aanhangwagen bij de RDW heeft aangeboden voor nader onderzoek.
Hoewel eiser nu beschikt over een nieuw kenteken voor zijn aanhangwagen, betekent dat naar het oordeel van de rechtbank niet dat de RDW aan eisers beroep is tegemoetgekomen. De procedure op grond waarvan aan eiser als nog een nieuw kenteken is verstrekt is een andere procedure, dan de procedure van artikel 36 van Pro het Kentekenreglement waarop het beroep zag.
Omdat geen sprake is van een situatie waarin de RDW aan het beroep van eiser is tegemoetgekomen, zal het verzoek om vergoeding van het griffierecht worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af;
- wijst het verzoek om vergoeding van het griffierecht af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van
mr. W.J.C. Goorden, griffier, op 8 maart 2022 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.