De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 10 maart 2022 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, geboren in 1962, die werd verdacht van diefstal en vernieling. Feit 1 betrof het stelen van douchegel op 6 oktober 2021 en feit 2 het vernielen van een ruit op 16 november 2021. De tenlastelegging werd wettig en overtuigend bewezen verklaard op basis van verklaringen, camerabeelden en getuigenverklaringen.
Verdachte gaf toe tegen de ruit te hebben geslagen, maar ontkende opzet tot vernieling. De rechtbank oordeelde dat voorwaardelijk opzet voldoende is en dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de ruit zou breken. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten.
De rechtbank nam kennis van reclasseringsrapporten waaruit bleek dat verdachte een langdurige drugsverslaving heeft, ADHD is gediagnosticeerd en eerdere hulpverlening niet tot gedragsverandering leidde. Verdachte vertoonde een hoog recidiverisico en ontbeerde beschermende factoren. Daarom werd een onvoorwaardelijke ISD-maatregel voor twee jaar opgelegd, zonder aftrek van voorarrest, met als doel gedragsverandering en maatschappelijke beveiliging.
De verdediging had verzocht om een voorwaardelijke maatregel of tussentijdse beoordeling na één jaar, maar de rechtbank vond dit onvoldoende om het recidiverisico te beperken. De ISD-maatregel biedt tevens begeleiding op het gebied van dagbesteding, financiën en huisvesting. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en griffier tijdens een openbare zitting.