Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- de brief van verzoekster van 3 februari 2022, door haar voorafgaand aan de mondelinge behandeling van de hierna te noemen verzoeken naar de rechtbank gemaild en bij aanvang van de mondelinge behandeling door haar overgelegd;
- de toelichting op het verzoek, zoals opgenomen in een e-mail van 10 februari 2022;
- de processtukken zoals opgenomen in de dossiers van de rechtbank in de hierna te noemen bodemzaken;
- de behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer ter zitting van
2.Het verzoek
3.Feiten
4.Het standpunt van verzoekster
- mr. Hamburger in oktober 2021 geen ruimere contactregeling heeft vastgesteld tussen haar en haar zoon;
- in alle verzoeken, ook de informele, wordt verwezen naar een advocaat;
- er geen sprake is van een redelijke procesgang, waardoor haar en haar zoon alles afgenomen wordt;
- haar voormalige advocaat al eerder heeft vastgesteld dat sprake is van een vooringenomen rechtsgang in alle procedure die haar en haar zoon betreffen;
- mr. Van der Linden haar verzoek met betrekking tot het gezag heeft afgewezen;
- haar zoon er last van heeft dat het dossier een rommeltje is geworden;
- de jeugdzorgaffaire vergelijkbaar is met de toeslagenaffaire. Binnen de rechtspraak wordt nooit geluisterd naar burgers, maar wel naar professionals. Het heeft geen zin om zittingen bij te wonen;
- de GI onder code zwart staat en inhoudelijk niet op de hoogte is van haar zoon;
- de Raad voor de Kinderbescherming al vanaf 2019 met dwang verzoekt om de beëindiging van het gezag, hetgeen verzoekster wil voorkomen;
- de rechters alleen luisteren naar de GI;
- zij al meerdere keren, tevergeefs, via de informele weg heeft verzocht de uithuisplaatsing van haar zoon met spoed te beëindigen;
- nooit is beslist conform de resultaten van het verrichte forensisch onderzoek.
5.Het standpunt van de rechter
6.De beoordeling
7.Beslissing
- verklaart het verzoek tot wraking ongegrond;
- bepaalt dat de behandeling van de zaken met zaaknummers: C/02/387752 FA RK 21/3365 en C/02/384732 FA RK 21-1915 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van de indiening van dit verzoek.