ECLI:NL:RBZWB:2022:130
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening woonkostentoeslag wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen om geen bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag toe te kennen. Hij stelde dat de huurtoeslag onvoldoende is en dat er sprake is van een dringende financiële noodsituatie vanwege een huurachterstand en gezondheidsklachten. Het college stelde dat de huurtoeslag een passende voorliggende voorziening is en dat het buitenwettelijk beleid voor woonkostentoeslag niet van toepassing is.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de huurtoeslag in beginsel een toereikende en passende voorliggende voorziening is, behalve bij een eerste gebroken maand, wat hier niet het geval is. Het college heeft een buitenwettelijk begunstigend beleid dat alleen in specifieke situaties woonkostentoeslag toekent, maar verzoeker voldeed niet aan deze criteria. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een acute noodsituatie die een dringende reden oplevert.
Daarom zal het bestreden besluit naar verwachting in een bodemprocedure standhouden en is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan op 13 januari 2022 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor woonkostentoeslag wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en aanwezigheid van een passende voorliggende voorziening.