ECLI:NL:CRVB:2021:2522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor griffierechtkosten wegens niet tijdige aanvraag
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor griffierechtkosten die op 4 juli 2019 werden afgeschreven van de rekening-courant van haar gemachtigde. De aanvraag werd pas op 9 augustus 2019 ingediend. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten vóór de datum van de aanvraag waren gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het tijdstip waarop de kosten opkomen, de datum is waarop het beroepschrift bij de bestuursrechter wordt ingediend, niet de datum van ontvangst van een nota of afschrijving.
Verder stelde de Raad dat het buitenwettelijk begunstigend beleid van het college, dat een aanvraag binnen een maand na het opkomen van de kosten vereist, consistent is toegepast. De Raad kan niet beoordelen of bijzondere omstandigheden afwijking van dit beleid rechtvaardigen.
Hierdoor is het hoger beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor griffierechtkosten is afgewezen wegens niet tijdige indiening binnen de gestelde termijn.