Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur inzake de 30%-bewijsregel. De rechtbank heeft onderzocht of het beroepschrift tijdig was ingediend. De termijn voor het indienen bedroeg zes weken vanaf de dag na dagtekening van de uitspraak op bezwaar, welke was gedateerd op 3 november 2020.
Het beroepschrift was afgestempeld op 16 december 2020 en door de rechtbank ontvangen op 18 december 2020. Hoewel ontvangst binnen een week na afloop van de termijn was, gold als bewijsrechtelijk uitgangspunt dat het beroepschrift op de datum van het poststempel was ter post bezorgd. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat het beroepschrift vóór 16 december 2020 was verzonden.
Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn. De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk beoordeeld en zag geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.