ECLI:NL:RBZWB:2022:1450
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake bijzondere bijstand afgewezen
Opposant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen over zijn aanvraag van bijzondere bijstand. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat opposant geen schriftelijke ingebrekestelling had overgelegd, wat een vereiste is volgens artikel 6:12, tweede lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposant verzet ingesteld. De rechtbank heeft het verzet behandeld zonder zitting, omdat het eindoordeel buiten redelijke twijfel stond. De verzetrechter heeft uitsluitend beoordeeld of de rechtbank terecht oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was.
Opposant voerde aan dat hij meerdere keren contact had gezocht met de gemeente en brieven had gestuurd waarin hij om een dwangsom vroeg. De rechtbank oordeelde dat deze bezoeken en brieven niet voldoen aan de eisen van een schriftelijke ingebrekestelling zoals vereist in de Awb. Ook het bezwaarschrift voldeed niet aan deze vereisten.
Daarom is het verzet ongegrond verklaard en blijft de eerdere uitspraak in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.