ECLI:NL:RBZWB:2022:1452
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep studiefinanciering 2021 afgewezen
Opposante heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over haar aanvraag studiefinanciering 2021. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat verweerder een primair besluit had genomen, namelijk het niet toekennen van een dwangsom.
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring is verzet ingesteld. De verzetrechter heeft beoordeeld of de rechtbank terecht buiten redelijke twijfel heeft geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk was. Opposante stelde dat het besluit van 2 juni 2021 alleen over de dwangsom ging en niet over de studiefinanciering zelf.
De rechtbank stelde vast dat verweerder op 2 juni 2021 tijdig heeft beslist naar aanleiding van een ingebrekestelling en dat de aanvraag studiefinanciering voor 2021 niet was ingediend. Opposante ging ten onrechte uit van automatische voortzetting van een eerdere aanvraag. De verzetrechter oordeelde dat het verzet ongegrond is en dat het eerdere vonnis in stand blijft. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en het eerdere vonnis blijft in stand.