ECLI:NL:RBZWB:2022:1460
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van vergoeding voor niet-geïndiceerde jeugdhulp na stopzetting hoofdaannemer
De zaak betreft een verzoek van ouders om vergoeding van kosten voor jeugdhulp die hun dochter ontving van een zorgaanbieder zonder geldige indicatie van het college. Na een hoofdarrangement met Braincare stopte deze abrupt, waarna de zorgaanbieder op basis van mondelinge afspraken en vertrouwen de hulp voortzette. Het college weigerde vergoeding omdat er geen formele verwijzing was en Veilig Thuis deze zorgaanbieder niet adviseerde.
De ouders voerden aan dat het college onvoldoende had gemotiveerd en onvoldoende onderzoek had gedaan naar het advies van Veilig Thuis. De rechtbank stelde vast dat het college het beschikbare budget aan de hoofdaannemer had verstrekt en dat er geen vervolgarrangement was opgesteld na het stoppen van Braincare. De ouders kozen bewust om de zorg zelf te financieren zonder geldige indicatie.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht de vergoeding weigerde omdat de ouders het financiële risico van de niet-geïndiceerde zorg zelf dragen. Er was geen onzorgvuldig onderzoek door het college. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de ouders wordt ongegrond verklaard en het college hoeft de kosten van de niet-geïndiceerde jeugdhulp niet te vergoeden.