Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 8 september 2021 werd verdachte betrapt terwijl hij met een heftruck vaten met chemicaliën inlaadde in een bestelbus met valse kentekenplaten. Deze chemicaliën kunnen worden gebruikt voor de vervaardiging van synthetische drugs. Verdachte werkte als vrachtwagenchauffeur en hielp bij het laden en lossen in de loods die door zijn werkgever werd gehuurd.
De officier van justitie stelde dat verdachte medepleger was, omdat hij de chemicaliën in het bijzijn van medeverdachten inlaadde en aanwijzingen gaf over de locatie van goederen in de loods. De verdediging voerde aan dat verdachte handelde binnen reguliere werkzaamheden en geen opzet had op illegale activiteiten.
De rechtbank oordeelde dat verdachte weliswaar de chemicaliën onder zijn macht had en op de hoogte was van de inhoud, maar onvoldoende aannemelijk is dat hij wist of moest vermoeden dat deze bestemd waren voor drugsproductie. De verklaring van verdachte was plausibel en deels verifieerbaar aan de hand van vervoersdocumenten en een huurovereenkomst. Er was ook geen bewijs van nauwe samenwerking met medeverdachten.
Daarom werd het tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen geacht en werd verdachte vrijgesproken van de voorbereidingshandelingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en ontbreken van bewuste samenwerking met medeverdachten.