ECLI:NL:RBZWB:2022:2011
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen intrekking bijstandsuitkering wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard
Eiser ontving vanaf 23 december 2019 een bijstandsuitkering die door verweerder bij besluit van 26 oktober 2020 met terugwerkende kracht werd ingetrokken wegens onrechtmatigheden. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding. Eiser stelde dat hij door zijn detentie van 13 september 2020 tot 15 maart 2021 niet eerder van het besluit op de hoogte kon zijn en daardoor het bezwaar te laat indiende.
De rechtbank oordeelt dat het primaire besluit op juiste wijze bekend is gemaakt aan het postadres van eiser, dat hij in de Basisregistratie Personen stond geregistreerd. Volgens vaste rechtspraak rust op de gedetineerde de verplichting om passende maatregelen te treffen om tijdig kennis te nemen van post. Eiser had zijn postadres niet tijdig aangepast en was verantwoordelijk voor het niet tijdig ontvangen van het besluit.
Ook het feit dat eiser niet per mail op de hoogte werd gesteld van het besluit en de bezwaarprocedure leidt niet tot een verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank concludeert dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat bijzondere omstandigheden de termijnoverschrijding rechtvaardigen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding van het bezwaarschrift.