Eiser had een aanvraag voor studiefinanciering voor de periode augustus tot en met december 2020 ingediend, die door DUO op 18 september 2020 werd afgewezen. Na bezwaar verklaarde DUO het bezwaar op 14 december 2020 ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
Op 28 februari 2022 keerde DUO alsnog studiefinanciering uit voor de betreffende periode, waarna eiser het beroep introk. De rechtbank behandelde het beroep samen met andere zaken op 10 maart 2022.
De rechtbank veroordeelde DUO tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 2.059,00, en tot vergoeding van het griffierecht van € 49,00. Hiermee werd tegemoetgekomen aan de bezwaren van eiser en werd het geschil beëindigd.