Op 25 juli 2021 ontstond een conflict tussen verdachte en aangever in Tilburg nadat zij elkaar kruisten op de weg. Aangever achtervolgde verdachte op een scooter en dwong hem tot stoppen. Aangever sloeg verdachte met een vuist, waarna verdachte zich verdedigde met fietssleutels, waarbij hij aangever in de hals raakte.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een poging tot zware mishandeling pleegde door met fietssleutels richting het hoofd van aangever te slaan en hem daadwerkelijk te verwonden. De verdediging voerde noodweer aan, stellende dat verdachte zich moest verdedigen tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.
De rechtbank concludeerde dat de verklaring van verdachte aannemelijk is en dat er sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding door aangever. Het handelen van verdachte was proportioneel en subsidiariteit was in acht genomen. Daarom werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard.