ECLI:NL:RBZWB:2022:2294
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde appartement en onderbouwing vergelijkingsmethode
Belanghebbende is eigenaar van een appartement met een gebruiksoppervlakte van 106 m², inclusief berging, dakterras en twee parkeerplaatsen. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor het kalenderjaar 2020 vast op €300.000, met waardepeildatum 1 januari 2019. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarde en stelde dat de waarde maximaal €247.000 zou moeten zijn. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde en onderbouwde deze met een matrix opgesteld door een taxateur, waarin vergelijkingsobjecten en correcties op ligging, grootte en voorzieningen zijn verwerkt.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar met de overgelegde matrix en toelichting voldoende inzicht heeft gegeven in de waardebepaling en dat de vergelijkingsobjecten passend zijn gekozen. De verschillen in ligging, waaronder het verschil in verdieping, zijn volgens de rechtbank niet doorslaggevend voor een lagere waarde. De gebruikte indexering op basis van Vastgoedpro-cijfers is specifiek genoeg en rechtvaardigt de waardestijging. Belanghebbende heeft onvoldoende concrete alternatieve onderbouwing geleverd.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €300.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.