Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 april 2022 in de zaak tussen
[naam eiseres] , eiseres, en [naam eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Op 24 juni 2020 heeft eiseres bankafschriften overgelegd. Ook heeft eiseres een brief overgelegd waarin staat dat eiser in [plaatsnaam 2] bij zijn broer woonde en geen vast maandelijks inkomen had. Ook had hij geen bankrekening of andere bezittingen. In de brief van 29 juni 2020 heeft Werkplein aan eiseres gevraagd om verifieerbare gegevens op te sturen waaruit blijkt hoe eiser in zijn levensonderhoud heeft voorzien van februari tot en met juni 2020. Eisers hebben niet op dit verzoek gereageerd.
16 maart 2020 moet worden toegekend. Op deze dag is eiser vanuit [plaatsnaam 2] Nederland ingereisd. Eiseres stelt dat haar zoon op 16 maart 2020 namens haar heeft gebeld met Werkplein om te vertellen dat eiser was ingereisd. Ook heeft hij gevraagd wat er moest gebeuren ten aanzien van de bijstandsuitkering. Aan hem werd verteld dat eiser zich eerst moest inschrijven in de BRP en een afspraak moest maken bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) om een verblijfsdocument te krijgen. In de avond van 16 maart 2020 werden echter strenge coronamaatregelen ingevoerd en was het voor eiser niet meer mogelijk om zich in te schrijven in de BRP. Ook kon hij niet bij de IND terecht. Dat Werkplein het telefoongesprek van 16 maart 2020 niet heeft geregistreerd, kan eisers niet worden tegengeworpen. Na dit telefoongesprek had Werkplein eisers in staat moeten stellen een aanvraag om bijstand in te dienen en hadden zij het benodigde aanvraagformulier per post moeten krijgen.
“indien is gebleken dat betrokkene op enigerlei wijze actie in de richting van het Uwv of het college heeft ondernomen die tot het innemen van een daartoe strekkende aanvraag had moeten leiden”. Eisers verwijzen hierbij naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 15 juli 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2362.
Ter zitting laat de gemachtigde van Werkplein weten dat uit een e-mail van 11 maart 2020 blijkt dat bijstandsaanvragen vanaf die dag telefonisch kunnen worden afgehandeld. Op deze manier werd direct een oplossing gevonden in het licht van de coronamaatregelen.
Ingangsdatum van 16 maart 2020
De verwijzing van eisers naar de uitspraak van de CRvB van 15 juli 2014 leidt niet tot een ander oordeel, nu in deze uitspraak een heel ander feitencomplex aan de orde is waardoor de CRvB een bijzondere omstandigheid heeft aangenomen.
16 maart 2020. Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard.
Beslissing
mr. H.D. Sebel, griffier, op 21 april 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.