ECLI:NL:RBZWB:2022:2354
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing herhaalde Wmo-aanvraag wegens gebrek aan procesbelang
Eiseres, een vrouw van 55 jaar met lichamelijke en psychische beperkingen, had een aanvraag ingediend voor hulp bij het huishouden op grond van de Wmo 2015. Na eerdere toekenning van hulp bij het huishouden voor een bepaalde periode, diende zij op 6 november 2020 een herhaalde aanvraag in voor extra ondersteuning, specifiek voor hulp bij koken en het inruimen van boodschappen. Het college wees deze aanvraag af met toepassing van artikel 4:6 Awb Pro, omdat het een herhaalde aanvraag betrof zonder nieuwe feiten of omstandigheden.
Eiseres stelde dat het college ten onrechte geen onderzoek had verricht en dat de aanvraag betrekking had op een nieuwe periode met veranderde omstandigheden. Zij voerde ook aan dat het eerdere besluit onvoldoende gemotiveerd was over maaltijdbereiding. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres onvoldoende procesbelang had bij dit beroep, omdat het resultaat dat zij nastreefde primair bereikt kan worden via een andere lopende beroepsprocedure tegen het eerdere besluit.
De rechtbank verwees naar vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep omtrent procesbelang en stelde vast dat een uitsluitend formeel of principieel belang onvoldoende is. Omdat het bestreden besluit alleen de afwijzing van de herhaalde aanvraag betrof en geen inhoudelijke beoordeling, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde Wmo-aanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende procesbelang.