Eiseres had in 2019 recht op huurtoeslag vastgesteld op € 2.291,- voor januari tot en met november, maar voor december 2019 werd het recht op huurtoeslag definitief vastgesteld op nihil vanwege het hogere gezamenlijke inkomen met haar partner. De Belastingdienst/Toeslagen vorderde een bedrag van € 952,- terug als teveel ontvangen voorschot.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze terugvordering en stelde dat terugvordering niet passend was gezien haar inkomenssituatie. De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst/Toeslagen bij het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet is afgezien van of gematigd in de terugvordering, waardoor het besluit onvoldoende gemotiveerd is en vernietigd wordt.
De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand omdat de definitieve berekening en terugvordering feitelijk juist zijn. De Belastingdienst/Toeslagen heeft in het verweerschrift alsnog een belangenafweging gemaakt en gewezen op de mogelijkheid van een betalingsregeling. Het beroep wordt gegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt aan eiseres vergoed.