ECLI:NL:RVS:2019:4069
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering toeslagen na partnerstatus in januari 2017
Appellante betwistte de terugvordering van zorgtoeslag, kindgebonden budget en huurtoeslag over 2017, omdat de Belastingdienst haar toeslagpartner over januari 2017 als haar partner aanmerkte. De rechtbank oordeelde dat dit terecht was, omdat de partner tot 11 januari 2017 op hetzelfde adres stond ingeschreven en zij in 2016 ook partners waren. Hierdoor werd het gezamenlijke toetsingsinkomen gebruikt wat leidde tot lagere toeslagen.
Appellante voerde aan dat zij niet tijdig bij de rechtbank kon verschijnen en dat de terugvordering onjuist was omdat zij niet alle voorschotten had ontvangen. Deze bezwaren werden verworpen omdat zij de rechtbank niet had geïnformeerd over haar late komst en de Belastingdienst de voorschotten correct had verantwoord.
Verder stelde appellante dat haar persoonlijke en financiële situatie onvoldoende was meegewogen. De Raad van State bevestigde dat de Belastingdienst onder bijzondere omstandigheden kan afzien van terugvordering, maar dat de geschetste situatie niet zodanig was. Appellante kan wel een betalingsregeling aanvragen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom het eerdere vonnis en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de terugvordering van toeslagen bevestigd.