ECLI:NL:RBZWB:2022:236
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep compensatie transitievergoeding afgewezen
Opposante heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV over compensatie van een betaalde transitievergoeding en de terugvordering van een verschil met een eerdere hogere compensatie. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. Tegen deze uitspraak stelde opposante verzet in.
De rechtbank beoordeelt in het verzet uitsluitend of het niet-ontvankelijk verklaren terecht was, waarbij de inhoud van het beroep alleen aan bod komt als het verzet gegrond wordt verklaard. Opposante erkent dat het beroepschrift te laat was, maar stelt dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding vanwege ziekte van de directeur en lopende overleggen met het UWV.
De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden geen zeer bijzondere redenen vormen om het beroep toch ontvankelijk te verklaren. Het niet tijdig indienen van een voorlopig beroepschrift is voor rekening en risico van opposante. De belangenafweging speelt bij de ontvankelijkheid geen rol. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.