ECLI:NL:RBZWB:2022:2394

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 mei 2022
Publicatiedatum
2 mei 2022
Zaaknummer
02-296260-21 en 22-000285-20 (tul)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 onder 3 Wet wapens en munitieArt. 2 lid 1 Wet wapens en munitieArt. 3 onder 1º Wet wapens en munitieArt. 26 lid 1 Wet wapens en munitie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening onderzoek wegens afwijking definitieve tenlastelegging in vuurwapenzaak

In deze strafzaak tegen verdachte, die wordt verdacht van het bezit van een vuurwapen en bijbehorende munitie in de periode oktober 2021 te Terheijden, constateerde de rechtbank tijdens beraadslaging dat de definitieve tenlastelegging afwijkt van de oorspronkelijke vordering tot inbewaringstelling. De woorden "voorhanden heeft/hebben gehad" ontbraken in de tenlastelegging, terwijl partijen en de rechtbank bij de zitting op 19 april 2022 ervan uitgingen dat deze bewoordingen wel waren opgenomen.

Dit verschil betekent dat partijen zich niet bewust waren van deze afwijking en zich er niet over hebben kunnen uitlaten, wat een verrassingsbeslissing zou kunnen veroorzaken. Om dit te voorkomen besloot de rechtbank het onderzoek ter terechtzitting te heropenen zodat partijen alsnog kunnen reageren op deze wijziging.

Daarnaast werd ook het onderzoek ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging heropend. Vanwege een volle zittingsagenda is de termijn voor hervatting van het onderzoek niet beperkt tot een maand, maar maximaal drie maanden. De rechtbank beveelt de oproeping van verdachte en zijn raadsman voor de hervatting van het onderzoek op een nader te bepalen datum.

Uitkomst: Het onderzoek ter terechtzitting wordt heropend en geschorst, met een nieuwe zitting binnen drie maanden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02/296260-21 en 22/000285-20 (tul)
vonnis van de meervoudige kamer van 3 mei 2022
in de strafzaak tegen
[Verdachte]
geboren op [Geboortedag] 1988 te [Geboorteplaats- en Land]
verblijvende te [Adres]
thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Dordrecht.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 april 2022, waarbij de officier van justitie, mr. T.C.M. Hendriks, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2.De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd, dat:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2021 tot en met 30 oktober 2021 te Terheijden, gemeente Drimmelen, in elk geval in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en), een vuurwapen in de zin van art. 1 onder Pro 3, gelet op art. 2 lid Pro 1, van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een (doorgeladen)pistool, van het merk Glock, model 26 gen.5, kaliber 9 x 19 mm. (wapennummer BHSC286 en goednummer 2392681) zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch en/of semi automatisch te vuren;
en/of bijbehorende (trommel)patroonmagazijn(en) in de zin van art. 3 onder Pro 1º van de Wet Wapens en Munitie, te weten:
- een patroonmagazijn (onbekend merk kaliber 9 m.m – goednr. 2392906); en/of
- een (trommel) patroonmagazijn (onbekend merk, kaliber 9 m.m.–goednr. 2392685); en/of
- een patroonmagazijn (onbekend merk, kaliber 9 m.m – goednr. 2392684), zijnde een (trommel) patroonmagazijn een hulpstuk en/of onderdeel dat van wezenlijke aard en (specifiek) bestemd is voor een pistool van het merk Glock, voornoemd;
en/of bijbehorende munitie in de zin van art. 1 onder Pro 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van Pro die wet, van de Categorie III te weten:
- 16 kogelpatronen (merk Geco en/of merk GFL, kaliber 9 m.m – goednr. 2393191); en/of
- 1 kogelpatroon (merk GFL, kaliber 9 m.m. – goednr. 2392686) en/of
- 50 kogelpatronen (merk Geco en/of merk S&B, kaliber 9 m.m – goednr. 2393187); en/of
- 30 kogelpatronen (merk S&B, kaliber 9 m.m. – goednr. 2393188); en/of
- Een doosje met 34 kogelpatronen (merk CBC en/of merk Geco, kaliber 9 m.m.– goednummer 2392687),
zijnde munitie die (uitsluitend) geschikt is voor vuurwapens van Categorie III;
(art. 26 lid 1 Wet Pro wapens en munitie).

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vordering.
Er is geen reden tot schorsing van de vervolging.

4.De onvolledigheid van het onderzoek ter terechtzitting.

Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest, aangezien de rechtbank in raadkamer heeft geconstateerd dat in de tenlastelegging, anders dan in de vordering inbewaringstelling, niet de woorden “voorhanden heeft/hebben gehad” zijn opgenomen, terwijl de rechtbank en – althans zo heeft de rechtbank hun mededelingen en standpunten opgevat – partijen er bij de behandeling ter zitting van 19 april 2022 vanuit zijn gegaan dat die bewoordingen wel in de tenlastelegging waren vervat. Ter voorkoming van een verrassingsbeslissing is de rechtbank van oordeel dat het aangewezen is dat partijen zich over dit aspect nog kunnen uitlaten en zal het onderzoek ter terechtzitting daartoe worden heropend. De rechtbank zal gelet daarop ook het onderzoek heropenen ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging onder voormeld parketnummer.
In de omstandigheid dat niet te verwachten is dat de overvolle zittingsagenda van de rechtbank het mogelijk maakt dat de zaak binnen een periode van een maand terug op zitting kan worden gepland, ziet de rechtbank een klemmende reden de termijn voor hervatting van het onderzoek ter zitting niet tot een maand te beperken.

5.De beslissing.

De rechtbank:
-
heropent en schorsthet onderzoek en beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum zal worden hervat;
- beveelt de oproeping van verdachte en de raadsman tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter zitting zal worden hervat;
- bepaalt dat het onderzoek in deze zaak zal worden hervat
binnen een periode van drie maanden na heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Hello, voorzitter, mr. R.J.H. Goossens en mr. A.L. Hoekstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.J.A.M. Balemans, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 3 mei 2022.
De voorzitter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.