ECLI:NL:RBZWB:2022:262
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet volledig betaald griffierecht ondanks betalingsonmacht
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde waarde van een pand, maar was griffierecht verschuldigd. Ondanks meerdere verzoeken en herinneringen is het griffierecht niet volledig betaald. Belanghebbende deed herhaaldelijk een beroep op betalingsonmacht, maar dit werd afgewezen omdat onvoldoende bewijs werd geleverd dat zowel belanghebbende als haar bestuurders en aandeelhouders niet in staat waren het griffierecht te voldoen.
De rechtbank volgde de jurisprudentie dat ook rechtspersonen een beroep op betalingsonmacht kunnen doen, maar dat daarbij ook gekeken moet worden naar de draagkracht van bestuurders en aandeelhouders. De ingediende draagkrachtverklaring van het kantoor van de gemachtigde volstond niet als bewijs.
Verder wees de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding af omdat de redelijke behandeltermijn niet was overschreden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet volledig voldaan griffierecht en afgewezen beroep op betalingsonmacht.