ECLI:NL:RBZWB:2022:272
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen beëindiging Ziektewetuitkering
Opposante stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewetuitkering per 7 november 2020 te beëindigen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift te laat was ingediend. Tegen deze uitspraak stelde opposante verzet in.
De rechtbank beoordeelt in het verzet uitsluitend of het niet-ontvankelijk verklaren terecht was, waarbij de termijn voor het indienen van het beroepschrift zes weken bedroeg en begon te lopen op de dag na de bekendmaking van het besluit op bezwaar. Het beroepschrift was gedagtekend en ontvangen op de dag na het verstrijken van de termijn, waardoor het niet tijdig was ingediend.
Opposante voerde verschoonbare termijnoverschrijding aan vanwege ernstige psychische klachten, maar dit werd niet onderbouwd met medische stukken die de beroepstermijn betroffen. De gemachtigde was ook betrokken in de bezwaarfase en had tijdig kunnen indienen. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van zeer bijzondere omstandigheden die een overschrijding rechtvaardigen.
Het verzet is daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet is ongegrond verklaard en het beroep blijft niet-ontvankelijk wegens te late indiening.