ECLI:NL:RBZWB:2022:2855
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekening proceskostenvergoeding met openstaande schuld door gemeente
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen de weigering van het college van burgemeester en wethouders van Breda om bijzondere bijstand te verlenen. Nadat het college alsnog bijzondere bijstand verleende en een proceskostenvergoeding toekende, werd deze vergoeding verrekend met een openstaande schuld van eiseres.
Eiseres betoogde dat de verrekening niet mocht plaatsvinden omdat zij daardoor een schuld zou hebben bij haar rechtsbijstandverlener en dit nadelig zou zijn voor haar financiële situatie, met name in het kader van schuldhulpverlening. Het college verwees naar artikel 60a, vierde lid, van de Participatiewet als grondslag voor de verrekening.
De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was om de proceskostenvergoeding te verrekenen met de openstaande vordering, waarbij werd verwezen naar vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep. De rechtbank stelde vast dat de vergoeding bedoeld is om de betrokkene schadeloos te stellen en dat betaling aan een derde slechts een praktische aangelegenheid is.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de verrekening van de proceskostenvergoeding met een openstaande schuld wordt ongegrond verklaard.