Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, woonachtig op Curaçao sinds 2014, ontving in 2017 een AOW-uitkering van €10.427 en een pensioenuitkering van circa €6.958. Hij deed geen aangifte inkomstenbelasting (IB), waarop de inspecteur ambtshalve een aanslag vaststelde van €17.385. Na bezwaar werd deze verminderd tot €10.427, alleen de AOW-uitkering.
Belanghebbende diende later alsnog een aangifte in met een belastbaar inkomen van €17.385 en gaf aan dat op de pensioenuitkering loonheffing was ingehouden, wat niet juist bleek uit de jaaropgave van het pensioenfonds. De rechtbank stelde vast dat de pensioenuitkering niet in Nederland belast wordt vanwege de Belastingregeling Nederland-Curaçao, die het heffingsrecht aan Curaçao toekent.
Belanghebbende voerde aan dat zijn ex-partner pensioenbedragen inhoudt, maar dit leidt niet tot vermindering van de aanslag. De rechtbank wees erop dat zij niet bevoegd is om betalingsregelingen te treffen en verwees belanghebbende naar de Belastingdienst. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2017 wordt bevestigd met alleen de AOW-uitkering belast.